Exclusief voor abonnees

Je kind gelooft je, ook als het niet waar is



Wat je als ouder zegt, wordt de innerlijke stem van je kind. Niet omdat kinderen alles rationeel begrijpen, maar omdat ze alles persoonlijk geloven. Jij bent hun referentiekader voor de waarheid. Wanneer jij iets vaak genoeg zegt — positief of negatief — wordt dat een overtuiging in hun systeem.

 

Een kind maakt nog geen onderscheid tussen feit en interpretatie. Als jij zegt: “Doe niet zo moeilijk”, kan een kind dat horen als: “Mijn gevoelens zijn te veel.” Zeg je vaak: “Wat ben jij druk vandaag”, dan kan dat landen als: “Ik ben lastig.” En als frustratie of vermoeidheid zich uit in mopperen, corrigeren of schreeuwen, vertaalt een kind dat zelden naar: “Mijn ouder is moe.” Het wordt: “Er klopt iets niet aan mij.”

 

Kinderen blijven van hun ouders houden, ook wanneer die boos zijn of fouten maken. Die liefde is fundamenteel en overlevingsgericht. Maar waar de impact zichtbaar wordt, is in de relatie die ze met zichzelf ontwikkelen. Niet minder houden van jou, maar minder zacht worden naar zichzelf.

 

De kracht van woorden in het kinderbrein

 

Het kinderbrein is plastisch en voortdurend in ontwikkeling. Herhaling vormt neurale paden: hoe vaker een boodschap wordt gehoord, hoe ‘normaler’ die voelt. Dat geldt voor bemoediging, maar net zo goed voor kritiek.

 

Positieve taal werkt regulerend:

    •    “Ik zie dat je het probeert.”

    •    “Je hoeft het niet perfect te doen.”

    •    “Ik ben bij je.”

 

Negatieve of afwijzende taal werkt ontregelend:

    •    “Doe normaal.”

    •    “Waarom luister je nooit?”

    •    “Hou op met dat gezeur.”

 

Het verschil zit niet alleen in woorden, maar in de onderliggende emotionele lading. Kinderen voelen spanning feilloos aan.

 

Spanning, stress en het zenuwstelsel

 

Wanneer een ouder vaak gehaast, geïrriteerd of overprikkeld is, wordt dat voelbaar in de interactie. Het zenuwstelsel van een kind stemt zich automatisch af op dat van de ouder. Dit proces heet co-regulatie: kinderen lenen als het ware de innerlijke rust van een volwassene om zichzelf te reguleren.

 

Als die rust er niet is, kan een kind:

    •    sneller overprikkeld raken

    •    emotioneler reageren

    •    meer ‘gedrag’ laten zien

    •    moeilijker tot ontspanning komen

 

Het gaat hier niet om schuld, maar om bewustwording. Veel ouders dragen zelf spanning, vermoeidheid en mentale belasting. Die spanning wordt vaak onbedoeld doorgegeven via toon, tempo en aanraking.

 

Spel, kietelen en overbelasting

 

Zelfs positieve interactie kan overprikkelend zijn. Denk aan stoeien of kietelen. Voor een kind is dat leuk én intens. Het lichaam gaat in een staat van hoge activatie: hartslag omhoog, ademhaling sneller, veel sensorische input.

 

Veel ouders herkennen dit moment: een vrolijke stoeipartij eindigt plotseling in huilen.

 

Niet omdat het kind het niet leuk vond, maar omdat het zenuwstelsel overbelast raakte. Er was geen geleidelijke overgang terug naar rust. Het lichaam moet ontladen, en dat gebeurt vaak via tranen.

 

Kietelen is hierin een duidelijk voorbeeld. Lachen betekent niet automatisch ontspanning. Het kan ook een reflex zijn terwijl het lichaam eigenlijk “genoeg” aangeeft. Wanneer die grens niet tijdig wordt gevoeld, schiet een kind na afloop soms in emotie.

 

Bewust kiezen: van reageren naar afstemmen

 

Bewust ouderschap betekent niet dat je altijd kalm of positief moet zijn. Dat is onrealistisch. Het betekent dat je je bewust wordt van je invloed.

    •    Spreek gedrag aan, niet het kind zelf

    •    Check je eigen staat voordat je reageert

    •    Reguleer eerst, corrigeer daarna

    •    Doseer prikkels, ook bij plezier

    •    Herstel wanneer nodig

 

Wat dit doet met gedrag én slapen

 

Het zelfbeeld, het zenuwstelsel en het gedrag van een kind zijn direct met elkaar verbonden. Een kind dat zich vaak gecorrigeerd, opgejaagd of niet begrepen voelt, draagt spanning in het lichaam. Die spanning zoekt een uitweg via gedrag: drukte, boosheid, terugtrekken, huilen of juist ‘niet luisteren’.

 

Niet omdat het kind lastig ís, maar omdat het systeem ontregeld is.

 

En precies diezelfde spanning komt ’s avonds terug.

Slapen vraagt namelijk het tegenovergestelde van wat stress doet: vertragen, loslaten, veiligheid voelen.

 

Een kind dat de dag afsluit met:

    •    veel correcties

    •    haast

    •    schermprikkels

    •    spanning in de ouder-kind interactie

 

zal moeilijker in slaap vallen of onrustiger slapen. Het zenuwstelsel staat nog ‘aan’.

 

Daarom is het moment vóór het slapen gaan zo krachtig. Het is hét moment waarop je samen het systeem weer naar rust brengt.

 

Niet met perfect ouderschap, maar met verbinding.

 

Sta samen kort stil bij de dag:

    •    Wat was fijn vandaag?

    •    Wat was moeilijk?

    •    Waar ben je trots op?

 

Lees samen een verhaal, luister naar een meditatie of lig even rustig naast je kind terwijl de ademhaling vertraagt. Dit zijn geen kleine rituelen — dit zijn momenten van co-regulatie. Het zenuwstelsel van je kind stemt zich opnieuw af op jouw rust, jouw aanwezigheid, jouw veiligheid.

 

Hierdoor:

    •    zakt spanning uit het lichaam

    •    komt het brein uit de actiestand

    •    ontstaat ruimte voor ontspanning en slaap

 

Een kind dat zich gezien, gerustgesteld en verbonden voelt voor het slapengaan, neemt die staat mee de nacht in.

 

En uiteindelijk is dat wat kinderen het diepst nodig hebben om tot rust te komen:

niet stilte, niet perfect gedrag, maar het gevoel dat ze veilig zijn — in zichzelf en bij jou.


Inhoud alleen voor abonnees 🐒

Probeer de Slaaapie app 3 dagen gratis. Abonneer u nu om toegang te krijgen tot al onze inhoud. Regelmatig nieuwe meditaties, video's en knutselbladen.