Exclusief voor abonnees

Hoofdstuk 18 Vriend "Water"



Sam en Ian stappen een stukje opzij.

En dan verschijnt er iets wat Max nog nooit heeft gezien.

Voor hem opent zich een enorme stad. Prachtige, ronde gebouwen staan verspreid over de bodem van de zee, allemaal omgeven door een gigantische, doorzichtige koepel. Het lijkt alsof de hele stad in één grote bel zit.

Max’ mond valt een beetje open.

De bodem van de zee lijkt zelf licht te geven. Een zacht, natuurlijk licht dat alles verlicht. Hij kan mijlenver kijken. Het voelt niet donker of eng, maar rustig en bijna magisch.

Overal groeien onderwaterbomen en struiken die zachtjes meebewegen, alsof ze ademen. Tussen de planten zwemmen allerlei zeedieren die Max nog nooit eerder heeft gezien. Sommige glanzen, andere veranderen van kleur terwijl ze langs de stad bewegen.

Sam en Ian nemen de bel met Max erin mee richting een grote poort in de koepel.

De poort is hoog en rond, net als de gebouwen, en lijkt gemaakt van een glad, glanzend materiaal. Zodra ze dichterbij komen, opent de poort zich langzaam.

De bel wordt naar binnen geduwd.

Achter hen sluit de poort zich weer.

Max kijkt om zich heen terwijl hij voelt dat er iets verandert. Het water om de bel begint langzaam naar beneden te zakken, alsof het wordt weggezogen. Steeds minder water… tot er uiteindelijk niets meer is.

De bel drijft niet meer.

Hij zakt naar de grond en begint een beetje onhandig heen en weer te rollen, tegen de zijkanten van de ruimte.

“Eh… jongens?” zegt Max terwijl hij probeert zijn evenwicht te houden.

Sam en Ian lachen.

Dan steken ze allebei tegelijk een vinger uit en prikken de bel kapot.

Plop.

De bel verdwijnt.

En Max rolt op de grond.​

Sam en Ian nemen Max mee de onderwaterstad in. Terwijl ze lopen, kijkt Max nieuwsgierig om zich heen. Alles voelt anders hier. Rustig en zacht, alsof de stad leeft, maar op een kalme manier.

Dan valt hem ineens iets op. Hij kijkt naar de handen van Sam en Ian en ziet kleine vliesjes tussen hun vingers. Dun en doorzichtig. Max kijkt nog eens goed.

“Daarom kunnen jullie zo goed zwemmen,” zegt hij.

De tweeling glimlacht en loopt rustig verder.

Ze nemen Max mee naar een grote ruimte. Zodra hij binnenkomt, moet hij even wennen. Het doet hem denken aan een zwembad. Groot en open.

Max kijkt omhoog.

Op het plafond staan prachtige tekeningen. Ze lijken bijna te bewegen en vertellen een verhaal. Max blijft stil staan en kijkt aandachtig.

Hij ziet schepen. Geen gewone schepen, maar glanzende vormen die door de ruimte reizen. In de tekeningen ziet hij hoe ze naar de aarde komen.

“Lang geleden,” zegt Sam rustig, “ongeveer honderdduizend jaar geleden, kwam ons volk naar de aarde.”

Max blijft kijken naar de beelden boven hem.

“Er waren toen ook andere wezens op aarde,” zegt Ian.

Max fronst even. “Niet alleen mensen?” vraagt hij zacht.

Sam schudt zijn hoofd.

“Om elkaar niet te storen en om mensen niet te verontrusten,” gaat Ian verder, “zijn wij onder water gaan wonen.”

Max kijkt weer omhoog. Hij ziet hoe de wezens de zee in verdwijnen en daar hun eigen wereld bouwen. Hij voelt verwondering in zijn borst. Dan kijkt Sam hem aan.

“Wist je dat mensen nog steeds niet weten wat er op de bodem van de zee zwemt of woont?” zegt hij.

Ian leunt een beetje naar voren en glimlacht. “Jij nu wel…”

De tweeling kijkt elkaar aan en zegt zacht: “sssst.”

Sam gaat bij het water zitten en buigt zich er rustig overheen, alsof hij luistert. Ian wenkt naar Max om dichterbij te komen. Max loopt naar hem toe en gaat naast hem staan.

Ian kijkt hem even aan en begint dan te vertellen.
“Water is super slim,” zegt hij rustig. “Het heeft het allergrootste geheugen van alles en iedereen op deze planeet. En het is ook al heel oud.”

Max kijkt naar het water terwijl hij luistert.

“Water leeft, Max,” gaat Ian verder. “Mensen denken vaak dat iets pas leeft en slim is als het hersenen en ogen heeft en kan kruipen of lopen. Maar mensen zijn in dat opzicht eigenlijk een beetje dom.”

Max moet een beetje glimlachen om hoe Ian dat zegt.

“Denk maar eens aan iets,” zegt Ian. “Het maakt niet uit wat. Neem een afbeelding in je hoofd en denk daar nu aan met heel je hart.”

Max hoeft niet lang na te denken. Meteen verschijnt er iets in zijn hoofd. Iets dat hij kent. Iets waar hij van houdt. Hij denkt eraan, echt, met zijn hele hart.

Op dat moment pakt Sam een kopje en schept water uit het bad. Hij loopt naar een soort apparaat dat lijkt op een oven. Maar in plaats van dat het water warm wordt, bevriest het.

Max kijkt verbaasd toe.

Het bevroren water wordt daarna onder een soort microscoop gelegd. Voor hen verschijnt een scherm waarop het beeld wordt geprojecteerd.

“Kijk maar, Max,” zegt Sam zacht.

Langzaam verschijnt er iets op het scherm. Eerst vaag, dan steeds duidelijker. Een vorm. Een beeld.

Max houdt zijn adem even in.

Het is Moos. Zijn kat. Zijn zachte, eigenwijze Moos.

Max staart naar het scherm. Hij is zo druk geweest met alles wat hij heeft meegemaakt dat hij nauwelijks aan thuis heeft gedacht. Aan zijn vader, zijn moeder en aan Moos.

Hij voelt hoe de tranen in zijn ogen prikken. Zijn keel wordt dik en hij slikt even.

“Hoe zou het thuis gaan?” fluistert hij.

“Zouden mijn ouders ongerust zijn?”

Het water begint zachtjes te golven.

Sam pakt opnieuw een kopje en schept wat water uit het bad. Samen met Ian herhaalt hij de methode. Het water gaat weer in het apparaat en in plaats van warm te worden, bevriest het langzaam.

Max kijkt aandachtig toe.

Het bevroren water wordt onder de microscoop gelegd en op het scherm verschijnt opnieuw een beeld. Eerst vaag, dan steeds duidelijker.

Het lijkt op een klok.

Max fronst. “Een klok?” zegt hij verbaasd. “Ik dacht dat ik misschien mijn vader en moeder zou zien…”

Sam en Ian kijken naar het scherm en ineens springen ze allebei op. Ze klappen enthousiast in hun handen.

“Ja!” roept Sam.

“Het water vertelt over tijd!” zegt Ian.

“Ga zitten, Max,” zeggen ze in koor.

Max gaat zitten en kijkt hen vragend aan.

Ian kijkt hem rustig aan. “Tijd bestaat niet,” zegt hij.

Max moet hard lachen. “Oké… dit is echt vreemd,” zegt hij. “Ik heb al veel gekke dingen meegemaakt, maar tijd bestaat niet?”

Sam gaat naast hem zitten. “Tijd is iets wat mensen hebben bedacht,” zegt hij rustig. “Het helpt om te weten hoe laat het is en hoe lang iets duurt.”

Ian knikt en gaat verder. “Mensen denken vaak in wat is geweest, wat er nu gebeurt en wat nog moet komen. Dat noemen ze met een moeilijk woord: lineair.”

Max kijkt hem aan. “Lineair?” vraagt hij.

Ian glimlacht. “Dat betekent dat alles netjes achter elkaar gebeurt. Eerst dit, dan dat en daarna weer iets anders. Net als een rijtje. Of een trein die alleen maar vooruit rijdt.”

Max knikt langzaam.

“Maar zo werkt het niet echt,” zegt Sam.

“Tijd kan je eigenlijk een beetje voor de gek houden,” vult Ian aan. “Soms lijkt iets heel lang te duren, terwijl het ergens anders juist heel snel gaat.”

Max voelt een kleine kriebel in zijn buik.

“Voor jou voelt het misschien alsof je al dagen van huis bent,” zegt Sam.

Ian kijkt hem aan en zegt zacht: “Maar in de wereld van je vader en moeder… zit je misschien nog gewoon op school.”


Inhoud alleen voor abonnees 🐒

Probeer de Slaaapie app 3 dagen gratis. Abonneer u nu om toegang te krijgen tot al onze inhoud. Regelmatig nieuwe meditaties, video's en knutselbladen.