Exclusief voor abonnees

Hoofdstuk 16 De Aqua-Tweeling



Max wordt wakker van het geluid van gespetter. Langzaam knijpt hij zijn ogen tot spleetjes en probeert ze open te doen, maar het licht is fel, veel te fel. Zijn ogen moeten even wennen. De zon staat hoog aan de hemel en de lucht is helderblauw. Langzaam komt Max overeind.

Hij voelt zich duizelig, alsof alles een beetje beweegt. Alsof hij schommelt. Hij fronst even, maar dan beseft hij het. Hij schommelt echt. Voorzichtig kijkt hij om zich heen en meteen ziet hij het. Water. Overal water. Een zee van water.

“Uh… hoe kom ik hier?” mompelt hij zacht.

Langzaam komen de herinneringen terug. Giganta. De kisten. De poort. Dit moet de andere kant van de poort zijn… toch? Max draait zich voorzichtig rond in de kleine houten boot waarin hij zit. “Oké… en nu?” fluistert hij.

Er is niets te zien. Geen land, geen vogels in de lucht die verraden dat er ergens een kust in de buurt is. Alleen water en stilte. Hij slikt. “Ik dobber midden op zee…” beseft hij.

Voorzichtig gaat hij staan om beter te kunnen kijken, maar de boot wiebelt onder zijn voeten. Snel grijpt hij zich vast en blijft even stil staan. Rustig blijven, denkt hij. Gewoon rustig blijven.

Hij kijkt naar beneden, naar de boot. Het is een simpel houten bootje. Geen roeispanen. Geen zeil. Geen eten. Geen drinken. “Fijn…” zucht hij zacht.

Dan valt zijn oog op iets. Een touw. Het zit vastgemaakt aan het bankje waarop hij zat. Nieuwsgierig buigt Max zich voorover en pakt het vast. Hij voelt eraan. Het is stevig.

Langzaam volgt hij het touw met zijn handen, over de rand van de boot, het water in. Zijn wenkbrauwen gaan omhoog.

“Mmm…” mompelt hij.

Voorzichtig begint Max het touw omhoog te trekken.

Met elke haal voelt Max dat het touw lichter wordt. Wat er ook aan hangt, het komt steeds dichter bij het wateroppervlak. Hij knijpt zijn ogen een beetje samen en tuurt naar beneden. Daar… iets glinstert in het water. Nog een paar keer hijsen en dan komt het boven water. Het voorwerp tikt zacht tegen de rand van de boot en klingelt.

Max trekt het naar binnen en kijkt ernaar. Het is een koperen bel.

Hij fronst en draait de bel een beetje in zijn hand. Er gaat hier echt niets normaal, denkt hij. Hoezo hangt er een bel aan een touw midden op zee, mijlenver van land of ook maar iemand die die bel kan horen? Voorzichtig schudt hij de bel een paar keer heen en weer. De klank is helder en draagt ver over het water, alsof het verder reikt dan alleen de lucht om hem heen.

Op dat moment begint zijn buik te knorren. Max zucht en kijkt naar de bel in zijn hand. Het laatste wat hij heeft gegeten was de pizza met Giganta, en dat voelt inmiddels als dagen geleden. Misschien ís dat ook zo. Hij heeft geen idee hoe lang hij al op het water dobbert.

Langzaam gaat hij liggen in de boot en staart naar de lucht. De zon voelt warm op zijn gezicht. Zijn gedachten dwalen af naar Intty. Zou zij dit ook allemaal hebben meegemaakt? Zou zij ook ooit alleen op zee hebben gedobberd, zonder te weten waar ze naartoe moest?

Net als zijn ogen langzaam zwaar worden en bijna dichtvallen, botst er iets tegen de boot. Max schrikt wakker en schiet overeind. Zijn hart bonst in zijn borst terwijl hij snel om zich heen kijkt. Maar er is niets. Alleen water. Geen rotsen, geen andere boten, niets waar hij tegenaan had kunnen botsen.

Hij blijft even stil staan en luistert. Dan voelt hij het opnieuw. Een lichte beweging onder de boot. Max slikt. Dat was niet boven water, beseft hij.

Voorzichtig staat hij op en buigt over de rand van de boot. Hij loopt van voor naar achteren en tuurt in het diepe blauwe water, op zoek naar iets wat hij kan herkennen. Maar hij ziet niets, alleen de golven die zacht bewegen.

Dan krijgt hij ineens een plens water over zich heen. Max deinst achteruit en veegt het water uit zijn gezicht. Op datzelfde moment hoort hij het. Gelach. Helder en speels, alsof iemand plezier heeft.

Max’ ogen worden groot. Hij kijkt om zich heen, maar ziet niemand.

“Wat?!” roept hij.

“Word ik nou midden op zee uitgelachen?”

Max is kleddernat en knippert een paar keer met zijn ogen. Even denkt hij dat hij scheel kijkt. Voor hem, in het water naast de boot, ziet hij twee jongens met donker haar.

Hij knijpt zijn ogen nog eens stevig dicht en schudt zijn hoofd, alsof hij het beeld weg wil krijgen. Maar wanneer hij weer kijkt, zijn ze er nog steeds. Twee jongens, die moeiteloos in het water drijven alsof de zee voor hen net zo gewoon is als lopen op de grond.

Max staart hen aan, zijn mond een klein beetje open.

“Ik ben Sam,” zegt de ene met een brede glimlach.

“En ik ben Ian,” zegt de andere.

Meteen daarna beginnen ze weer te lachen. Hun gelach klinkt licht en vrolijk en echoot zacht over het water.

Max kijkt van de één naar de ander. “Eh… hallo?” zegt hij voorzichtig.

“Wij zijn de Aqua Tweeling,” zeggen ze bijna tegelijk.

Max fronst een beetje. “De… wat?”

De jongens lachen opnieuw, alsof ze dit al vaker hebben meegemaakt.

“Je hebt ons gebeld!” zegt Sam enthousiast.

Ian knikt en wijst naar de bel in Max’ hand. “Met die.”

Max kijkt naar de koperen bel en dan weer naar de jongens. “O… dus… jullie komen gewoon opdagen als ik bel?”

“Niet voor iedereen,” zegt Sam met een knipoog.

“Alleen voor iemand die weet hoe,” vult Ian rustig aan.

Ze kijken hem allebei nieuwsgierig aan, hun ogen glinsteren een beetje in het zonlicht dat op het water weerkaatst.

“Dus,” zegt Sam terwijl hij met zijn hand door het water cirkelt en kleine golfjes maakt, “wat kunnen we voor je doen?”


Inhoud alleen voor abonnees 🐒

Probeer de Slaaapie app 3 dagen gratis. Abonneer u nu om toegang te krijgen tot al onze inhoud. Regelmatig nieuwe meditaties, video's en knutselbladen.