Slaaapie en de grote herfstplas



Bereid bedtijd goed voor door een vast ritueel. Lees hier meer over de voorbereiding en slaapritueel. Samen voorlezen voor het slapengaan geeft je kind 1-op-1 aandacht en een gevoel van veiligheid, waardoor het beter kan ontspannen en inslapen. Optie: Luister daarna nog een slaapmeditatie uit de app.

Voorleesverhaal:

Tik. Tik. Tikketik.

Slaaapie zit voor het raam.

Buiten regent het.

Dikke druppels rollen langs het glas.

“Mamaaa!” roept Slaaapie. “De lucht lekt!”

Mama Aap komt kijken.

“De lucht lekt?” vraagt ze lachend.

“Ja! Kijk maar. Alles wordt nat!”

Mama kijkt naar buiten.

“Zullen we eens gaan voelen hoe de herfstregen is?”

Slaaapie kijkt verbaasd.

“Naar buiten? In de regen?”

“Jazeker! We hebben toch laarzen?”

Even later staat Slaaapie bij de deur.

Hij draagt zijn gele regenjas en zijn rode laarsjes.

Plop! Plop!

Daar gaan zijn voetjes.

Buiten ruikt het naar natte bladeren.

De wind blaast langs zijn wangen.

“Woeoeoesj!”

Slaaapie trekt zijn schouders op.

“Brrr! De wind kriebelt in mijn nek!”

Mama lacht.

“Kom maar, kleine Aap.”

Ze pakt zijn hand.

Samen lopen ze door de straat.

En dan ziet Slaaapie iets geweldigs.

Een plas.

Een héél grote plas!

“Mama! Kijk!”

Slaaapie rent ernaartoe.

Hij springt.

PLONS!

Het water spat alle kanten op.

Zelfs op Mama’s laarzen.

“Oei!” roept mama.

Slaaapie schatert.

“Nog een keer!”

PLONS! PLONS! PLONS!

Hij springt en stampt en danst.

Zijn wangen worden rood.

Zijn voeten gaan steeds sneller.

Tot mama ineens zegt:

“Hé, hoor jij dat?”

Slaaapie stopt.

“Wat?”

“Luister eens.”

Tik... tik... tik...

De regen valt op zijn capuchon.

Pitter... patter...

Er vallen druppels in de plas.

Slaaapie kijkt naar het water.

De regen maakt kleine rondjes in de plas.

Eerst een klein rondje.

Dan een grotere.

En nog één.

“De plas maakt rondjes!” fluistert hij.

Mama knikt.

Slaaapie hurkt neer.

Hij raakt het water voorzichtig aan met één vingertje.

Er verschijnen nieuwe rondjes.

“Ik kan het ook!”

Hij beweegt zijn vinger langzaam door het water.

Heen...

En weer terug...

De grote plonsen zijn verdwenen.

Nu maakt hij alleen nog kleine golfjes.

“Mama, kijk eens hoe zacht ik kan.”

Mama komt naast hem zitten.

Samen kijken ze naar de regen.

Dan valt er een geel blaadje in de plas.

Het drijft op het water.

Heel langzaam.

Slaaapie volgt het blaadje met zijn ogen.

“Waar gaat hij naartoe?”

“Dat weet ik niet,” zegt mama. “Misschien zoekt hij een plekje om uit te rusten.”

Het blaadje drijft naar de rand.

En blijft daar liggen.

“Welterusten, blaadje,” fluistert Slaaapie.

Mama knijpt zachtjes in zijn hand.

“Zullen we naar huis gaan?”

Slaaapie knikt.

“Mijn voeten zijn moe van het plonsen.”

Thuis trekt mama zijn natte jas uit.

Slaaapie krijgt warme sokken aan.

En zijn knuffel Aap wacht al op de bank.

“Jij bent lekker droog gebleven,” zegt Slaaapie tegen Aap.

Hij kruipt dicht tegen mama aan.

“Mijn voeten gingen heel hard vandaag,” vertelt hij.

“Dat klopt,” zegt mama. “En daarna gingen ze steeds langzamer.”

Slaaapie kijkt naar zijn voeten.

Hij beweegt zijn teentjes.

Eerst heel snel.

Wiebelen, wiebelen, wiebelen!

Dan een beetje langzamer.

Nog langzamer.

En dan zijn ze stil.

Mama strijkt zacht over zijn rug.

“En hoe voelen je voetjes nu?”

Slaaapie denkt even na.

“Lekker warm.”

Die avond ligt Slaaapie in bed.

Knuffel Aap ligt naast hem.

Mama trekt de deken over zijn buikje.

Buiten hoort hij de regen.

Tik...

Tik...

Tikketik...

Slaaapie legt zijn hand op zijn buik.

Zijn buikje beweegt zachtjes onder de deken.

Omhoog...

En weer omlaag...

Net als het gele blaadje dat rustig op het water dreef.

Slaaapie denkt aan de grote plas.

Aan zijn rode laarsjes.

Aan alle kleine rondjes in het water.

Zijn voetjes liggen stil.

Zijn hand rust op zijn buik.

En terwijl de regen zachtjes tegen het raam tikt, worden zijn oogjes zwaar.

“Welterusten, mama,” fluistert hij.

“Welterusten, lieve Slaaapie.”

Welterusten, Slaaapie. Welterusten, mensenkind.