“Ik weet het niet…” zegt Max. “Mijn naam is Max en..”
Maar voordat hij verder kan praten, roepen Sam en Ian tegelijk: “Dan ben jij de broer van Intty!”
Max staat versteld en kijkt hen met grote ogen aan. Dan zucht hij zacht en glimlacht een beetje. “Dus toch… je bent hier ook geweest, Int,” mompelt hij.
Hij gaat zitten in de boot en begint te vertellen. Over het bericht op zijn computer, de cirkel in het bos, Terra, de ondergrondse wereld, de fluit, Sardinië, de reuzen en de kisten. Sam en Ian luisteren aandachtig terwijl ze rustig in het water blijven drijven.
Wanneer Max klaar is, kijkt Sam naar Ian. Ian kijkt terug. Ze knikken allebei tegelijk. “We gaan het water vragen,” zegt Sam. “Het water weet alles,” vult Ian aan.
“Water?” mompelt Max, een beetje verbaasd.
“Maar voordat we dat kunnen doen,” zegt Sam, “nemen we je mee naar onze onderwaterstad.” Ian knikt enthousiast. “Jaaa… je zal versteld staan!”
Max kijkt hen twijfelend aan. “Maar ik kan helemaal niet onder water ademen.”
De tweeling grijnst. “Daar weten wij wel iets op,” zeggen ze tegelijk.
Ze zwemmen een stukje van de boot vandaan en pakken elkaars handen vast. Hun stemmen worden zachter terwijl ze beginnen te fluisteren. Max moet goed luisteren om iets te kunnen horen, maar het klinkt als een taal die hij niet kent, zacht en golvend, alsof de woorden zelf bewegen.
Tussen hun armen begint het water te veranderen. Eerst heel zachtjes, dan begint het te bubbelen en te borrelen. Het water lijkt samen te komen, alsof het zichzelf vormt. Langzaam ontstaat er iets ronds, iets doorzichtigs. Een waterbel.
De waterbel wordt groter en groter, tot hij bijna zo groot is als de boot. “Kijk!” roepen Sam en Ian. “Deze is voor jou!” Ze duwen de grote, glanzende bel richting de boot, terwijl het water eroverheen glijdt zonder hem te breken.
“Spring er maar in!” roept Ian.
Max kijkt naar de waterbel en aarzelt even. Voorzichtig steekt hij zijn vinger uit en prikt ertegenaan. De bel geeft een beetje mee. Stevig, maar ook flexibel. “Prik maar verder!” roept Sam.
Max duwt zijn vinger iets dieper en ineens zit zijn hele hand erin. Hij schrikt even, maar voelt meteen dat het niet koud of nat is. Het voelt zacht, bijna warm.
Voorzichtig trekt hij zijn hand weer terug. Hij kijkt naar de waterbel, dan naar de tweeling en weer terug. Hij voelt een sprongetje in zijn buik. Dit kan toch niet… zal ik?
Langzaam klimt Max over de rand van de boot en stapt de bel in. Op het moment dat hij binnen is, draait de bel een beetje. Max verliest zijn evenwicht en maakt een paar koprolletjes. Hij begint te lachen en buiten het water lachen Sam en Ian met hem mee.
“Ben je er klaar voor?” roepen ze in koor.
Max probeert stil te zitten, nog een beetje duizelig, maar met een grote glimlach. “Ja!” roept hij.
Sam en Ian leggen allebei een hand tegen de bel en duiken onder water. Eerst schrikt Max en houdt hij zijn adem in. Zijn hart gaat sneller kloppen. Maar dan beseft hij dat hij moet ademen. Voorzichtig ademt hij in…
Max moet eerst even wennen aan het ademen onder water, maar al snel merkt hij dat het eigenlijk vanzelf gaat. Zijn adem voelt rustig en natuurlijk, alsof het altijd al zo geweest is.
Hij kijkt om zich heen.
Het zonlicht schittert door het water en kleurt alles prachtig blauw. Het beweegt zacht mee met de golven, alsof het licht zelf danst. Maar wanneer Max naar beneden kijkt, ziet hij dat het water steeds donkerder wordt. Dieper. Onbekender.
Dan stoppen Sam en Ian.
Ze draaien zich naar elkaar toe en beginnen zachtjes te overleggen. Af en toe kijken ze even naar Max. Hij hoort ze mompelen, maar verstaat er niets van. Het is weer die geheimzinnige taal, denkt Max.
Langzaam brengen ze hun handen naar elkaar toe.
Tussen hun handen begint het water te bewegen.
Eerst zacht.
Dan sterker.
Er ontstaan draaiende vormen, alsof kleine draaikolken zich vormen tussen hun vingers. De slurven worden langer en langer en strekken zich uit naar beneden, de diepte in. Het einde verdwijnt langzaam in het donkere water.
Max kijkt gefascineerd toe.
De tweeling beweegt hun handen naar elkaar toe, totdat de twee draaiende slurven samenkomen en één grote, krachtige slurf vormen. Het water draait nu sneller, dieper, als een tunnel die naar beneden trekt.
Dan kijken ze weer naar Max.
Hun ogen glinsteren.
Precies zoals eerder, vol pret.
“Veel plezier hè,” zeggen ze tegelijk.
Max fronst een beetje. “Plezier? Waar..”
Maar voordat hij zijn vraag kan afmaken, duwen Sam en Ian de bel richting de draaiende slurf.
De bel wordt als een magneet naar de slurf toegetrokken en dan schiet hij naar voren.
Max voelt hoe hij ineens versnelt. De wereld om hem heen verandert in een draaiende stroom van licht en water. De slurf trekt hem naar binnen als een glijbaan, maar dan één van water en licht.
“Wooooo!” roept Max terwijl hij door de tunnel wordt meegenomen.
De bel draait om zijn as. Eerst langzaam, dan sneller. Het water om hem heen licht op in verschillende tinten blauw, groen en zelfs een beetje paars. Het lijkt alsof hij door een levende tunnel reist.
Max voelt geen angst.
Alleen verwondering.
En een klein beetje kriebels in zijn buik, alsof hij in een achtbaan zit.
De bel wordt als een magneet naar de slurf toegetrokken en wordt naar binnen gezogen.
In één keer schiet de bel naar beneden. Max voelt hoe zijn lichaam naar voren wordt gedrukt terwijl hij door de draaiende tunnel glijdt. De slurf kronkelt en buigt, maakt scherpe bochten en grote lussen, net als een achtbaan.
Max kijkt met grote ogen om zich heen.
Het zonlicht boven hem wordt steeds kleiner en verder weg. De kleuren veranderen van lichtblauw naar diep donkerblauw. Het water om hem heen wordt donkerder en geheimzinniger.
Maar de bel lijkt zelf licht te geven, want Max kan nog steeds een beetje zien waar hij is.
Dan ziet hij ineens beweging naast zich.
Drie dolfijnen zwemmen met de bel mee. Ze bewegen soepel door het water en hun lichamen glanzen in het zachte licht. Ze draaien speels om de bel heen, alsof ze hem willen begroeten.
Max moet lachen.
“Ik heb gelezen dat jullie super slim zijn!” roept hij, ook al weet hij niet of ze hem kunnen horen.
De dolfijnen lijken te spelen. Ze maken sprongen, draaien rondjes en schieten langs de bel alsof ze hem begeleiden. Max kijkt vol verwondering naar ze. Wat zijn ze mooi.
Maar dan, net zo plotseling als ze verschenen zijn, schieten de dolfijnen weg. De diepte in. Weg van de bel.
De snelheid van de bel neemt af.
De slurf verdwijnt.
En ineens rolt de bel over de bodem van de zee. Zand stuift een beetje op terwijl de bel nog een paar keer doorrolt. Max rolt mee naar links en naar rechts, totdat de bel langzaam tot stilstand komt. Hij blijft even liggen, een beetje duizelig.
Dan krabbelt hij overeind. Hij knippert met zijn ogen en kijkt om zich heen. En daar ziet hij ze weer.
De vrolijke gezichten van de Aqua Tweeling.