Soms zit er nog veel energie in het lijf van je kind. Gedachten, gevoelens, prikkels… alles wil er nog uit. Met deze simpele oefening help je je kind om die spanning op een veilige manier los te laten.
Hoe werkt het?
Laat je kind voor een muur staan, met de handen tegen de muur.
Maak er een spel van.
Voor jonge kinderen kun je zeggen:
“Zullen we kijken of jij de muur een stukje kunt wegduwen?”
“Duw maar eens… ooooh kijk, hij beweegt een klein beetje!”
“Ja! Nog een stukje!”
Laat je kind stevig duwen, met beide handen tegen de muur. Moedig aan, maak het speels en overdreven.
“Wow, jij bent sterk! Volgens mij schuift hij echt!”
Voor oudere kinderen kun je er een kleine uitdaging van maken:
“Zet je handen tegen de muur en duw zo hard als je kunt… we houden het 10 seconden vol.”
Je kunt een timer gebruiken of samen tellen.
“3… 2… 1… en duwen!”
Herhaal dit een paar keer, met korte pauzes ertussen.
Wat gebeurt er in het lichaam?
Door tegen de muur te duwen, gebruiken kinderen hun spieren op een diepe, krachtige manier. Dit geeft het lichaam een soort “druk van binnenuit”.
Deze diepe druk helpt het zenuwstelsel om te kalmeren. Opgebouwde prikkels en spanning kunnen als het ware uit het lichaam “wegduwen”. Vaak zie je daarna dat een kind rustiger wordt, dieper ademt en makkelijker kan ontspannen.
Tip 💡
Laat je kind na het duwen even stilstaan of zitten en voelen. Vraag bijvoorbeeld:
“Voel je dat je lijf een beetje rustiger is geworden?”
Variatie: Superhanden
Laat je kind zijn handen tegen elkaar aanzetten, alsof ze elkaar een high five geven… en dan blijven plakken.
“Oké… welke hand is het sterkst?”
“Duw maar!”
Je kind duwt nu met beide handen tegen elkaar. Dat voelt een beetje gek (want ze zijn even sterk 😄), maar juist dat maakt het leuk.
Je kunt het speels maken:
“Ooooh… links wint!”
“Wacht! Nee… rechts komt terug!”
Voor oudere kinderen kun je er een mini-challenge van maken:
“Hou het 10 seconden vol… duwen maar!”


